Actieve participatie in plaats van eenrichtingsverkeer
Wat ging er mis
Stedin informeerde omwonenden via een brief, maar betrok hen niet actief bij de besluitvorming.
Preventieve aanpak
Initiatiefnemers (zoals Stedin) moeten bij ruimtelijke initiatieven niet alleen informeren, maar ook actief inbreng verzamelen en belanghebbenden betrekken bij de besluitvorming. Dit betekent: (1) Een uitnodiging tot dialoog, bijvoorbeeld door een bijeenkomst te organiseren of een reactietermijn te stellen; (2) Volledige informatie verstrekken, zoals technische details (afmetingen, impact) en alternatieven; (3) Duidelijk maken hoe inbreng wordt meegenomen in het plan. In deze zaak had Stedin bijvoorbeeld een informatieavond kunnen organiseren of een online platform kunnen opzetten waar omwonenden suggesties konden doen.
Citaat uit uitspraakletterlijk
"In uitgangspunt 2 uit de beleidsregel staat immers dat het slechts informeren van anderen over de plannen (van de initiatiefnemer) niet wordt gezien als participatie. Er is dan sprake van eenrichtingsverkeer, terwijl participatie volgens de beleidsregel gericht moet zijn om inbreng van anderen te verzamelen en te betrekken bij de besluitvorming. In de brief is ook geen termijn gegeven om te reageren. Dit strookt niet met uitgangspunt 3 dat alle belanghebbenden voldoende tijd en mogelijkheid krijgen om kennis te nemen van de plannen en daarop te reageren."
Posities versus Belangen
Eiser wilde geen verdeelstation naast zijn monumentale woning (positie), maar zijn onderliggende belang was waarschijnlijk het behoud van de monumentale uitstraling en leefomgeving. Stedin en de gemeente focusten op de juridische positie (de vergunning is verleend), maar hadden door actieve participatie kunnen achterhalen dat het belang van eiser mogelijk niet zozeer het blokkeren van het station was, maar bijvoorbeeld het verkleinen van de visuele impact of het zoeken naar een alternatieve locatie. Door participatie te beperken tot informeren, misten zij de kans om op belangenniveau tot een oplossing te komen.
Escalatietrap van Glasl
Het conflict escaleerde van een eenvoudige mededeling (trede 1: 'Er komt een verdeelstation') naar een juridische strijd (trede 5: 'Eiser procedeert tegen de gemeente'). Door het gebrek aan participatie voelde eiser zich niet gehoord, wat leidde tot wantrouwen en escalatie. Een actief participatietraject had het conflict mogelijk beperkt tot trede 2 (meningsverschil) of trede 3 (polarisatie), waar nog ruimte was voor dialoog en aanpassingen in het plan.
Procedurele rechtvaardigheid
Eiser ervoer het participatietraject als onrechtvaardig omdat hij niet de kans kreeg om zijn stem te laten horen voordat het besluit werd genomen. Procedurele rechtvaardigheid vereist dat belanghebbenden het gevoel hebben dat hun inbreng serieus wordt genomen en van invloed kan zijn op de uitkomst. Door enkel een brief te sturen zonder mogelijkheid tot dialoog, miste Stedin de kans om eiser het gevoel te geven dat hij werd gehoord, wat bijdroeg aan de escalatie.
Informatieve rechtvaardigheid
De brief van Stedin bevatte onvolledige informatie (geen afmetingen van het verdeelstation), wat bijdroeg aan het gevoel van eiser dat hij niet serieus werd genomen. Informatieve rechtvaardigheid houdt in dat belanghebbenden tijdig en volledig worden geïnformeerd over besluiten die hen raken. Door essentiële informatie achter te houden, werd het vertrouwen van eiser in het proces ondermijnd, wat de escalatie versterkte.
